Tanja de Jonge over schrijven: ‘De wereld zit vol met ideeën’

Afgelopen woensdag verscheen in mijn schrijversrubriek Writers Wednesday een interview met Tanja de Jonge. Omdat onze ochtend zo gezellig was en we veel hebben gepraat, is het stuk te lang voor één blogpost geworden: vandaar dat je hieronder het tweede deel van het interview kan lezen.

Vorige keer vertelde Tanja over haar nieuwste boek Cyberboy (klik hier voor mijn recensie), vandaar praat ze onder andere over het begin van haar schrijfcarrière en haar schrijfproces.

Hoe ben je begonnen met schrijven?

‘Vanaf het moment dat ik heb leren lezen, heb ik altijd gezegd ‘ik word later schrijver’, maar dat ben ik later eigenlijk vergeten. Tussen m’n zesde en twaalfde wilde ik schrijver worden, en daarna advocaat, verpleegster, kunstenaar etc: ik had een heleboel dingen die ik interessant vond. Ik ben naar de kunstacademie gegaan, daar kun je je creativiteit op een heleboel manieren kwijt. Ik ben decorontwerper geworden. In het theater maak je ook verhalen, maar met decorbouwen maak je een verhaal met een heel team. Uiteindelijk dacht ik bij mezelf: als ik in het theater een verhaal maak, ben ik altijd maar een heel klein onderdeeltje van de setting en eigenlijk heb ik genoeg ideeën om zelf verhalen te maken. Als ik het schrijf, ben ik de baas en kan ik alles doen wat ik wil. Die vrijheid van verhalen verzinnen vind ik zo aantrekkelijk dat ik op een gegeven moment vanzelf ben gaan schrijven.

Wat ik ernaast doe, vind ik ook heel leuk werk: ik werk in een bibliotheek samen met scholen. Dus ik maak lessuggesties voor de kinderen en ik werk samen met kinderen in de bibliotheek. Het heeft allemaal met kinderboeken te maken: het ligt erg in elkaars verlengde en het versterkt elkaar ook wel.’

Schrijfproces

‘Ik verzin zo’n verhaal en als ik het opzet, weet ik wel hoe ik wil dat het ongeveer eindigt, maar ik weet nog niet helemaal hoe de personages zijn. Het stappenplan dat ik maak is eigenlijk niets anders dan een paar A4’tjes waarop staat, in hoofdstuk 1 gebeurt er dit, in hoofdstuk 2 gebeurt dat. Tijdens het schrijven kom ik erachter wat voor personages ik nodig heb, dus dat ontwikkelt zich dan. En halverwege zit het vast: dan klopt mijn stappenplan niet meer omdat die personages een eigen leven gaan leiden en het verhaal een beetje een eigen kant op gaat. Dan moet ik mijn stappenplan hernemen en herschrijf ik ook het deel wat ik al geschreven heb weer.

Uiteindelijk heb ik een eerste versie en die gaat dan naar een aantal proeflezers. Ik krijg altijd flinke kritiek en dan ga ik het meestal nog helemaal herschrijven. Ik gooi nog echt wel dingen helemaal m op basis van die kritiek. Daarna gaat het pas naar de uitgever, die ook gaat redigeren en nog wel een aantal dingen heeft op te merken.’

Volgend boek

Ook voor Tanja’s volgende boek, dat ze nu aan het schrijven is, zoals ze in het eerste deel van het interview vertelde, volgt ze dit schrijfproces. Momenteel is ze het basisidee (lees het hier in de negende alinea) aan het uitwerken.

‘Ik heb weer een stappenplan en ik ben nu op het punt waarop ik het halve boek heb uitgeschreven, maar denk, nee, het klopt niet helemaal. Het stappenplan deugt niet, want dit personage is heel anders dan ik had gedacht, dus die zou dit nooit doen, denk ik dan halverwege het boek en dan moet ik nadenken van hoe het nou precies zit. Ik ben eigenlijk vooral in mijn hoofd bezig om het om te gooien. Voor november heb ik een weekje een appartementje op Texel geboekt. En dan ga ik helemaal alleen zonder afleiding een week schrijven.’

‘Normaal gesproken schrijf ik één dag in de week, maar dat maakt het een heel fragmentarisch werk: je zit nooit lang achter elkaar in dat verhaal en ik probeer twee keer per jaar gewoon een week te blokken. Dan ga ik niet thuiszitten, want ik wil gewoon niemand om mij heen hebben.

Ik merk dat ik het weer nodig heb om een week helemaal in het verhaal te duiken. Daar werk ik in mijn hoofd ook echt naartoe: als ik dan daar ben moet ik dat even uitzoeken, en dat uitwerken. Opzoeken doe ik van te voren en wanneer ik daar ben, duik ik een week onafgebroken in het verhaal. Daarna kan ik weer week na week een dag per week schrijven.’

Writersblock?

Tot slot vroeg ik Tanja wat ze doet als ze vastloopt tijdens het schrijven. ‘Ik heb altijd ideeën genoeg om verder te kunnen. Niet alle ideeën zijn goed, je moet ook vooruit kunnen op een idee. Maar je hebt een soort basisidee waar je een heleboel dingen aan ophangt. Zo’n boek bedenk je ook niet in een dag – misschien de groffe lijn wel, maar alles wat je erbij haalt, groeit eraan vast. En dat kost gewoon tijd. Je hebt een basisidee waarop je voortbouwt en dan zijn er altijd ideeën genoeg. De wereld zit vol met ideeën, je moet alleen wel kiezen wat je kan gebruiken voor een verhaal. Dat verhaal moet een consistent geheel zijn.’

Met deze woorden komt mijn aandeel aan de blogtour tot een einde. Ik wil Tanja hartelijk bedanken voor deze kans, voor het boek, voor haar tijd voor een interview en de moeite die ze daarvoor heeft gedaan om naar Utrecht te komen: ik ben blij dat ik hieraan mee mocht doen!

Wil je meer over Cyberboy lezen? Dat kan, want de blogtour in z’n geheel gaat nog een tijdje door. Neem de komende weken een kijkje op deelnemende blogs: Boeklovers | Oog op de toekomst | Boekielezen | The Book Girl | Ouderblog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *