Cis Meijer over Moordspel: ‘’De ontknoping is het leukste om te schrijven’’

Afgelopen maandag las je hier al over de meeting met Cis Meijer en dat betekent dat ik vandaag het grootste gedeelte van het interview deel. Ga er lekker voor zitten, want het is een ontzettend lang, maar wel een leuk en informatief stuk! Cis Meijer is de hele tijd aan het woord.

Debuteren bij De Fontein

‘’Ik volgde een paar jaar durende schrijfopleiding, en tijdens die opleiding kregen we verschillende schrijfopdrachten. We oefenden ook met het uitwerken van een hele lange spanningsboog. Ik moest een verhaal schrijven van de dikte van een boek om de spanningsboog zo goed mogelijk tot het einde te krijgen.

Toen die oefening klaar was, had ik eigenlijk een manuscript. Ik was al bezig met de volgende opdracht voor de opleiding, maar het manuscript lag er en was voorzien van feedback: veel mensen, al mijn schrijfmaatjes hadden het al gelezen. Iedereen had kritiek gegeven voor verbetering en voor mijn gevoel was het best wel af. Misschien kon ik het wel opsturen naar een uitgeverij.

Mijn docent zei: ‘’Waarom stuur je het niet op naar uitgeverij De Fontein? Volgens mij past het heel goed bij De Fontein.’’ Ik had helemaal niks te verliezen, en toen werd ik uitgenodigd voor een gesprek. Zo kwam Verdoofd er. Het was een droom die uitkwam! Je doet zo’n opleiding wel met een reden, maar je weet hoe moeilijk het is om ooit iets uit te geven, dus ik had het bijna niet durven dromen.’’

Schrijven als droom

‘’De schrijfopleiding is afgerond, maar ik zit nog steeds in de topklas, zo heet dat. We komen één keer per maand samen. Margje Woordrow zit daar ook bij en zij geeft mij ook feedback en leest tot het einde mee. Iemand moet het manuscript lezen voor ik het überhaupt naar De Fontein durf op te sturen: ik heb een blinde vlek voor mijn eigen verhaal.

Ik heb schrijven altijd heel leuk gevonden. Aan de universiteit studeerde ik Film- en televisiewetenschap en daar leerde ik verhalen analyseren. Ik dacht altijd dat ik of zou monteren voor televisie (dat is wat ik nu doe) of scenario’s zou gaan schrijven. Ik had niet echt gedacht aan boeken schrijven, wel toen ik kind was. Toen wilde ik schrijfster worden, zeker toen ik Guus Kuijer las. Maar het was zo ver weg van je: vroeger ontmoette je niet eens schrijvers, het was een abstracte wereld.’’

Research voor de omgeving

‘’Tijdens het schrijven maak ik heel veel gebruik van Google Maps om te kijken hoe een straat in elkaar zit. Verdoofd en Val vonden plaats in Parijs en New York en als ik daar niet eventjes naartoe kan gaan, dan ga ik digitaal via Google Maps om te kijken of de afstanden kloppen.

In Verdoofd fietst de hoofdpersoon Lotte van een bepaald adres naar de catacomben. Je kan niet zomaar zeggen dat ze daar een halfuur over deed. Iemand die heel veel over Parijs weet en dit leest, weet dat het niet klopt.

Ik gebruik ook streetview voor de sfeer van een sfeer. Wat is de kleur van het gebouw ook alweer? Soms vind ik het fijn om vast te houden aan hoe het in het echt is. Een roze Eiffeltoren kan wel, maar dan moet dat bij het verhaal passen, bijvoorbeeld als de hoofdpersoon alles in het roze ziet.

In de Ardennen werkte dat toch anders: je hebt niet het zoveelste bospaadje. Ik heb wel gekeken naar de plattegrond op Google Maps: het gebied zit zo in elkaar en zo kronkelt de rivier. Dat heb ik in mijn hoofd en daar houd ik me aan vast, maar voor de rest gebruik ik iets meer mijn fantasie. Ik heb dus zelf bedacht dat er ergens een kappelletje en een herberg in het weiland staan. Je mag dingen verzinnen, maar het moet wel goed verzonnen zijn en geloofwaardig overkomen.’’

Schrijfgewoontes en tijden

‘’Ik schrijf het liefst ’s avonds. De ochtend is heel snel voorbij, en bij de avond kan ik nog door tot de nacht! Liever niet natuurlijk, maar ’s avonds is een beetje spannend, het is donker en er is een beetje rust buiten op straat. In de winter is schrijven denk ik dus ook wat makkelijker, het geeft zo’n duister gevoel. Op het strand moet ik net wat meer doen om erin te komen, maar als ik eenmaal in het verhaal zit, maakt het niet meer uit.

Op vakantie schrijf ik namelijk ook. Ik zou wel willen dat vakantie echt vakantie is, maar ik moet dan doorschrijven, omdat ik ook een andere baan heb. Ik schrijf aan een tafeltje bij een strandtentje, onder een parasol, met de zee erbij. Als ik het water zie ben ik helemaal happy. Schrijven op het strand is fijn, maar lezen doe ik het liefst voor de haard als ik tussen die twee plekken en bezigheden moet kiezen.

Als ik veel vaart of spanning in een verhaal wil brengen, zet ik heftige muziek op. Ik gebruik een afspeellijst met liedjes met snelle beats. Dan zit er voor mijn gevoel meer vaart in. Of ik schrijf (typ) gewoon veel sneller.

Ik schrijf niks met de hand, dat zou ik niet kunnen, omdat het veel te langzaam gaat. Ik heb wel kleine notitieboekjes voor losse woorden. De eerste paar rondes corrigeer ik ook allemaal digitaal, pas in een heel laat stadium corrigeer ik op papier. In principe is dat tijdens het schrijven dus altijd op de computer.’’

Drie boeken tot nu toe

‘’Het verschilt per dag over welk boek ik het meest tevreden ben. Verdoofd schreef ik zonder dat ik wist dat het uitgegeven ging worden, dat was heel ontspannen. Het was voor een oefening en er zat helemaal geen druk achter, niks hoefde goed zijn. Dat was heel relaxed en ik had er veel plezier in, omdat het voor het eerst was. Het was een avontuur, want je leert net schrijven en ik had allemaal trucjes geleerd en adviezen gekregen om toe te passen.

Bij Val, het tweede boek, had ik een deadline, maar dat schrijven vond ik ook heel leuk, want bij Verdoofd schreef ik vanuit 1 persoon en bij Val vanuit twee personen. Dat was iets nieuws, en dat vind ik dan ook weer heel leuk.

Bij Val genoot ik heel erg van bepaalde flashbacks die ik echt had meegemaakt. Ik had met mijn beste vriendin gesnowboard en dat was echt spannend, want aan het einde van de dag – we waren de berg over gegaan en kwamen van Oostenrijk uit in Zwitersland – konden we niet meer terug: de liften waren dicht. Toen moesten we liften; er waren bijna nog geen mobiele telefoons. Toen er een vrachtwagen stopten, was het of meegaan of hier verkleumen van de kou. We zijn dus ingestapt en moesten iets van twee en een halfuur om de berg heen rijden.

We dachten dat, wanneer we bij haar ouders thuis zouden komen, ze blij zouden zijn om ons te zien en ons in de armen zouden vallen, maar ze waren woedend, zo veel uren hadden ze in spanning gezeten! Dat was een hele leuke herinnering die ik heb gebruikt in mijn verhaal.

Moordspel is denk ik het beste geschreven: ik heb inmiddels zoveel goede adviezen en tips gekregen en ik denk dat ik die heb toegepast. Maar dat is natuurlijk moeilijk om zo te zeggen tegen jullie.

Nu bij het derde boek weet ik wat werkt, dankzij feedback van de uitgever, redacteur en corrector, maar ook van lezersreacties en de recensies, die ik ook lees. Het is niet zo dat ik alles eruit haal en anders probeer te schrijven, maar het is wel leerzaam.

Bij Moordspel maak ik voor mijn gevoel meer gebruik van korte zinnen, omdat ik weet dat de jongere lezer daar moeite mee kan hebben. Als ik op scholen kom voor een lezing, vind ik het leuk om leerlingen zelf een stukje voor te laten lezen uit mijn boek. Toen ik een stukje uit de proef van Moordspel liet lezen, stonden er nog veel komma’s. Ik merk dat leerlingen daarover struikelen. Als ik nog in een komma denk, moet ik dus al een punt zetten voor hen. Van nature doe ik dat niet, maar nu let ik er meer op.

Tijdens Moordspel vond ik het einde het leukste om te schrijven. Ik weet het einde van te voren, maar niet het hele einde: niet de afwikkeling, maar ik weet de climax. Die heb ik echt helemaal voor ogen: het is een soort beeld, een bepaalde sfeer, en ik weet welke lijntjes daarin terug moeten komen. Dat is heel leuk om te schrijven en geeft veel schrijfplezier: de ontknoping, de climax en de clash zijn het leukste.’’

Boek vier

‘’In mijn hoofd ben ik al bezig met het volgende verhaal. De werktitel is er al! Ik ben er al voor aan het researchen en soms probeer ik al een stukje te schrijven, maar dat is ook heel lastig: ik heb m’n volle aandacht hierbij en heb daarnaast nog andere werkzaamheden. Ik schrijf dus meer in mijn hoofd. Nu ben ik bezig met de climax: ik ben een beetje aan het puzzelen. Als ik dat eenmaal weet, gaat het schrijven ook veel sneller.’’

Lees hier het eerste deel van het interview. Moordspel is sinds gisteren verkrijgbaar in de (online) boekhandel. Mijn recensie vind je binnenkort op mijn blog. Heb jij wel eens een boek van Cis Meijer gelezen? 

Een gedachte over “Cis Meijer over Moordspel: ‘’De ontknoping is het leukste om te schrijven’’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *